Leeswijzer

De jaarstukken bestaan uit:

1. Een algemene inleiding met de financiële samenvatting.

2. Het jaarverslag

  • De programmaverantwoording
  • De paragrafen

3. De Jaarrekening

  • Inclusief de verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (Sisa)

In het jaarverslag zijn per programma de volgende onderdelen opgenomen:

  • Het raadsprogramma, per programma staat beschreven wat in het raadsprogramma ‘Van Gemeente naar Gemeenschap’ is vastgelegd.
  • Wat willen we bereiken? Hierin staan, 1.de hoofddoelstelling van het programma en 2. de kaders en beleidstukken waarbinnen het programma wordt uitgevoerd
  • Wat hebben we gedaan? Hierin staat een toelichting op de voortgang en realisatie van de voorgenomen prestaties.
  • Wat heeft het gekost? Hier wordt een cijfermatige opstelling gepresenteerd van de baten en lasten per programma met een toelichting op de voornaamste verschillen tussen realisatie en begroting (na wijziging).

Na de programmaverantwoording volgen de wettelijk verplichte paragrafen. Hierin staan de beleidslijnen met betrekking tot beheersmatige aspecten en lokale heffingen.

De jaarrekening is een financiële verantwoording waar een toelichting wordt gegeven op de balans en het resultaat. De jaarrekening bestaat uit diverse onderdelen:

  • Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
  • Toelichting op het overzicht van baten en lasten. Hierbij wordt specifiek ingegaan op

- Overzicht van baten en lasten

- De post onvoorzien

- Het overzicht van incidentele baten en lasten

- Het overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve

- Informatie wet normering bezoldiging topfunctionarissen publiek en semipuplieke sector (WNT)

- Overzicht algemene dekkingsmiddelen

  • De balans : geeft inzicht in de financiële positie als uitkomst van het financiële beheer en beleid.
  • Sisa : verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen

Financiële toelichting per programma

Voor een toelichting op en analyse van de afwijkingen, verwijzen wij u naar de toelichtingen onder de desbetreffende programma's in de jaarstukken. Als ondergrens voor een te geven toelichting is in principe een voor- of nadeel van € 50.000,- (0,1 % van de totale lasten) op een taakveld gehanteerd. Het komt dus voor dat de toegelichte bedragen niet optellen tot het totale programmaverschil. Het niet toegelichte resterende saldo per programma betreft een cumulatie van kleinere verschillen.

In diverse tabellen tabellen wordt middels een i of s aangegeven of een genoemd bedrag incidenteel (i) of structureel (s) is. Daarnaast wordt de n (neutraal) gebruikt om aan te geven dat dit posten betreft die geen invloed hebben op het exploitatieresultaat. Het gaat dan voornamelijk om incidentele posten die worden gedekt door een onttrekking aan een reserve.

Beleidsindicatoren

De verplichting van het opnemen van deze beleidsindicatoren is ingegaan bij de begroting 2017. Het doel daarbij is om de sturing van de raad te versterken en gemeenten beter te kunnen vergelijken.

We hebben nog maar weinig ervaring in het werken met deze indicatoren. In het technisch beraad voor de begroting 2018, waarin we voor het eerst vergelijkende cijfers hebben opgenomen, heeft dit geleid tot veel vragen. Bijvoorbeeld de indicatoren bij de verwijzingen naar Halt leverde vragen op, maar ook op het gebied van onderwijs. Wij hebben echter geen inzicht in de metingen die hierachter liggen. Die worden vanuit verschillende bronnen voor alle gemeenten verzameld en wij kunnen die raadplegen op de website www.waarstaatjegemeente.nl.

Ook nu, bij het opstellen van de jaarstukken 2018, lopen we tegen dit soort vragen aan. En wij kunnen ons voorstellen dat deze vragen ook bij de raad opkomen bij het lezen van de jaarstukken. We stellen ons dan ook de vraag wat op dit moment de meerwaarde is van de beleidsindicatoren. Zijn ze bruikbaar en kunnen we ze inzetten als meetinstrument om te bepalen of we de juiste koers varen.

In dat licht stellen wij voor om de nut en noodzaak van de beleidsindicatoren te betrekken bij de ambitie om samen met de raad te komen tot een meer meetbare begroting met indicatoren. Wellicht komt daaruit voort dat een aantal beleidsindicatoren heel goed bruikbaar zijn voor de raad. Het blijft echter wettelijk verplicht om alle indicatoren op te nemen in begroting en jaarstukken. Maar we zijn als gemeente vrij om daarin keuzes te maken voor het gebruik van deze indicatoren