Financiering

Inleiding

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Dit zijn onder andere risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), financierings- c.q. beleggingspositie en het kasbeheer.

De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze wet staan vooral transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financieringsstatuut alsmede een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening.

Begin 2016 heeft het college het financieringsstatuut aangepast. De aanpassingen die hierin verwerkt zijn hebben met name betrekking op het schatkistbankieren, het verstrekken van garanties en de huidige werkwijze met betrekking tot treasury.

Schatkistbankieren

Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden zijn decentrale overheden verplicht hun overtollige liquide middelen aan te houden in 's Rijks schatkist .

Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden.

Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Een ander belangrijk gevolg van deelname aan schatkistbankieren is een verdere vermindering van de beleggingsrisico 's waaraan decentrale overheden worden blootgesteld.

Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is sprake van een bepaalde drempel. De hoogte van de drempel is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000,-. Dit betekent voor de gemeente Steenbergen dat € 400.700,- (0,75% van € 53.429.400,-) buiten de schatkist mag worden aangehouden.

Het saldo op de rekening bij de schatkist per 31 december 2016 bedraagt € 14.691.500,-.

Algemene ontwikkelingen

In het jaar 2016 waren de rentetarieven op de geldmarkt aanhoudend laag. In 2016 zijn geen kasgeldleningen afgesloten.

Risicobeheer

Dit onderdeel geeft een samenvatting van het verwachte risicoprofiel van de gemeente. Onder risico’s worden zowel koersrisico's, renterisico’s op korte en lange termijn, als kredietrisico’s verstaan.

Koersrisicobeheer

De koersrisico's van de gemeente zijn nihil doordat alle overtollige middelen bij de schatkist zijn ondergebracht.

Renterisicobeheer

Kasgeldlimiet

Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen, dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar.

De totale netto-vlottende schuld mag maximaal 8,5% van het totaal van de lasten van de jaarbegroting bij aanvang van het begrotingsjaar zijn. Voor 2016 betekent dit € 53.429.400,- x 8,5% maakt een toegestane kasgeldlimiet van € 4.541.500,-. De ruimte in de kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente aan kortlopende kredieten zou mogen aantrekken.

Deze ruimte is in 2016 niet overschreden, omdat er voldoende middelen aanwezig waren.

Kasgeldlimiet per 31-12-2016

bedragen x € 1.000,--

Toegestane kasgeldlimiet

4.542

Omvang vlottende schuld

opgenomen gelden < 1 jr

0

schuld in rekening courant

0

0

Vlottende middelen

contant geld in kas

2

tegoeden in rekening courant

15.264

15.264

Netto vlottende middelen

15.266

Ruimte per 31-12-2016

19.808

Ruimte per 31-12-2015

16.507

Renterisiconorm

De renterisiconorm geeft het renterisico op de langere termijn weer. Hieronder vallen alle leningen met een rentetypische looptijd vanaf 1 jaar. Het doel is op deze wijze spreiding te krijgen in de rentetypische looptijden in de leningenportefeuille waardoor een verandering in de rente vertraagd doorwerkt op de rentelasten in de administratie. In een jaar mogen de herfinancieringen als gevolg van aflossingen en de renteherzieningsmomenten gezamenlijk niet meer dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari bedragen. Voor 2016: 20% van € 53.429.400,- is € 10.685.900,-.

Uit de onderstaande tabel kan afgeleid worden, dat omdat de gemeente geen leningen heeft, de jaarlijkse aflossing op de vaste schuld nog met € 10,7 miljoen per jaar mag toenemen.

Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld (bedragen in €)

2016

2017

2018

2019

Renterisiconorm

10.685.900

10.685.900

10.685.900

10.685.900

Renterisico op de vaste schuld (betaalde aflossingen)

0

0

0

0

Ruimte

10.685.900

10.685.900

10.685.900

10.685.900

Kredietrisico's op leningen en beleggingen

In dit onderdeel wordt inzicht gegeven in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen en uitgezette geldleningen. Bij de opgenomen geldleningen bestaat het risico, dat wanneer de geldgever failliet gaat, de lening in één keer opeisbaar wordt. In 2011 heeft de gemeente de laatste geldlening afgelost.

De gemeente heeft op 31 december 2016 voor € 2.155.000,-  aan leningen uitstaan, hiervan is een bedrag van € 88.900,- verstrekt met een hypothecaire zekerheid (hypotheken van ambtenaren). Op het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, voor startersleningen, staat nu een bedrag uit van € 1.793.800,- en voor duurzaamheidsleningen € 79.900,-.

Aan overige instellingen staat nog een bedrag van  € 192.400,- uit, dit betreft een geldlening aan OPS, waarborgsommen NV Waterleidingsmaatschappij, een lening aan GOA groen en geldleningen ivm saneren afvalwaterlozingen in het buitengebied en een geldlening mbt camping Mattemburg.

Opties

Deel deze pagina: